De corneatopograaf is een instrument om de vorm van het hoornvlies, de voorkant van het oog, in "kaart" te brengen.

Het principe is eenvoudig, de uitvoering moeilijk omdat een grote nauwkeurigheid is vereist.

Het hoornvlies is helder en lichtdoorlatend maar werkt ook een beetje als een spiegel. De corneatopograaf heeft een aantal lichtgevende ringen die een reflectie geven op het hoornvlies. Dit teruggekaatste beeld wordt gefotografeerd.:

De computer gaat vervolgens op heel veel punten, 100.000 ! de afstand tussen de ringen berekenen.

 

Hoe dichter de ringen bij elkaar liggen op een bepaald punt hoe steiler het hoornvlies op dat punt is. In vergelijking met een landkaart: hoe dichter de hoogtelijnen bij elkaar liggen hoe steiler de berg.

 

Het idee om het hoornvlies te beoordelen stamt uit 1882. Placido stelde toen voor om een schijf met concentrische ringen en een kijkgat in het midden te gebruiken om de vorm van het hoornvlies te beoordelen. 
Natuurlijk was deze waarneming zeer subjectief en niet in beeld vast te leggen. Toch heeft deze uitvinding veel betekend voor de oogheelkunde en de "brillenmaker".

En de betekenis van de schijf is nu nog groot. De moderne corneatopograag werkt namelijk nog altijd met een, hedendaagse, vorm van de Placidoschijf! De nauwkeurigheid is heel groot.

De corneatopograaf is zeer welkom in de contactlenspraktijk en voor het aanmeten van ortho-k lenzen onmisbaar. Hij wordt gebruikt om de eerste lenzen te bepalen en tevens om de voorgang in de vormverandering en daarmee de sterkteverandering van het hoornvlies te kunnen volgen en vastleggen.

Zonder corneatopograaf....geen nachtlenzen.